Het allerlaatste ei
- michiel24
- Dec 4, 2025
- 4 min read
Updated: Dec 8, 2025

De eerste keer dat ik de kolonie zag, zo’n twee jaar geleden, ging het ze ogenschijnlijk voor de wind. Dit was in museum Micropia, waar ik de parasolmieren in kwestie met honderden tegelijk door hun opstelling zag denderen. Het museum heeft zo’n opstelling om de symbiose tussen mier en micro-organisme te laten zien. Dat werkt zo: de mieren knagen stukken blad af van bomen en planten en dragen deze (boven hun hoofd dragend als ware het een parasol) naar ‘schimmeltuinen’ rondom hun nest.
Via een complex proces transformeren de mieren vervolgens het blad in eetbaar schimmel. Bijvoorbeeld door de luchtvochtigheid en temperatuur op een perfect niveau te krijgen, op de blaadjes te kauwen en ongewenste sporen en schimmeldraden weg te halen. De symbiose tussen mier en schimmel is zo sterk, dat beiden niet meer zonder elkaar kunnen overleven.
Maar eerst moeten de stukjes blad naar het nest, wat de verantwoordelijkheid is van de transportmieren. Zij brengen, netjes in een rij lopend, afgeknaagde stukken blad via naar de schimmeltuinen, die in Miocropia in transparante bakken op ooghoogte zitten. In de natuur liften ook nog kleine lijfwachtmieren die op de stukjes blad mee, om de transportmieren te beschermen tegen vliegen die eitjes in de kop van de mieren willen leggen – over symbiose gesproken. Maar die vliegen heb je in Micropia niet, vermoed ik. (Of wel, en er zitten ergens in het nest aldaar een roedel werkloze lijfwachtmieren Netflix te bingen. Ik kan het je niet zeggen.)
Dan zijn er ook nog de uit de kluiten gewassen soldaatmieren die de boel bewaken en ergens diep in de krochten van het nest zit de koningin (die zo groot als je pink kan worden) eitjes te fabriceren. Die koningin wordt overigens vóór dat zij een nieuwe kolonie sticht bevrucht, slechts eenmaal, tijdens een dans in de lucht met mannetjesmieren die de revoada genoemd wordt. In de lucht? Ja, op dat punt hebben de mieren nog vleugels.
Wat fascinerend is aan mieren is dat ze het ultieme voorbeeld van de kracht van het collectief zijn. Omdat ze zo goed samenwerken, floreren ze. Wereldwijd zijn er zo’n 20 biljoen, wat betekent dat er voor elk mens op aarde er zo’n 2,5 miljoen mieren rondkrioelen. Ook hun nesten, complexe ondergrondse gangen- en kamerstelsels, zijn vernuftig. Zo’n omgeving is lastig te recreëren, maar toch was ik eerst verbaasd over hoe Micropia dat gedaan had. Deze kwam niet natuurlijk, maar vooral futuristisch op me over.
Het ziet er ongeveer als volgt uit: een aantal metalen ‘stations’ is verbonden met elkaar via touwen waarover de mieren lopen. In het midden van de stations staat het nest, ook via touwen bereikbaar. Onder het geheel staat een groot bad met langzaam stromend water, waarschijnlijk om een rivier na te bootsen (deze mieren komen onder andere in de Amazone voor). Een vreemde wereld, waar wij als bezoekers omheen kunnen lopen en vanuit allerlei perspectieven hun wereld kunnen observeren, zonder dat zij ook maar enig idee hebben dat wij dat doen. Het viel me overigens op dat de gemiddelde museumbezoeker weinig aandacht aan ze besteedde.
Ongeveer een jaar later besloot ik ze nogmaals te bezoeken. Direct viel me op dat er een stuk minder mieren waren. Bovendien leek de puf er een beetje uit. Een medewerker van het museum vertelde me dat het niet goed ging met de kolonie, maar dat ze nog niet wisten waarom. Dit gaf me een gevoel van onrust. Ik wil dat het goed gaat met de parasolmierenkolonie! Er is al zo veel aan de hand overal in de wereld, mogen de mieren alsjeblieft gespaard blijven? Een hypocriete gedachte natuurlijk: zou de kolonie een van mijn keukenkastjes tot hun thuis willen bombarderen, zou ik zonder aarzeling tot verdelging overgaan.
Een paar weken geleden nam ik opnieuw poolshoogte en trof een droevige situatie aan. De kolonie was nu nog doodser dan voorheen. De overgebleven mieren leken te berusten in hun lot: een aantal zaten ergens stil op het onvermijdelijke te wachten en degenen die wél liepen, deden dat met wankele tred. Ook Micropia gaf op een bord nu ruiterlijk het verlies toe met een bord bij de opstelling. Daar stond op dat de koningin geen eieren meer legt en dat daardoor de kolonie (die het museum al 11 jaar in huis heeft) daarom uit zal sterven. Een nieuwe koningin toevoegen is zinloos, want elke kolonie kent zijn eigen specifieke geur.
Het greep me aan, zoals dat gaat bij onherroepelijk verval. De dood van een enkele mier doet me niets, maar om zo’n wereld in elkaar te zien storten vind ik wél verdrietig. De dood van individuele mieren snap ik, maar dat zo’n hele kolonie uitsterft vind ik lastiger te bevatten. Het is het lot van de kolonie: op een dag stopt de koningin met eieren leggen en is het begin van het einde begonnen. All eggs in one basket. Een memento mori uit onverwachte hoek. Zou er een bezoeker zijn die getuige is van het heengaan van de allerlaatste mier?
PS. Tijdens het schrijven van deze column vroeg ik me ineens af of mieren slapen. Ja, dat doen ze! Maar wel heel kort. In principe zijn ze continu aan het werk, maar ze doen wel verdeeld over de dag micro-dutjes. Daarbij hebben ze aan vaak aan enkele seconden genoeg. Denk daar nog maar eens aan als je die 7 uur van jou niet genoeg vindt.



