top of page

Niveau 6-bedreiging

Wandelen in de natuur schijnt te helpen tegen depressies. Advies waar je weinig mee kan, als je 400 kilometer boven het aardoppervlak zweeft.

‘Ik weet niet hoe lang ik dit nog volhou, man’, zegt Sergei met overslaande stem tegen zijn psycholoog. Hij zweeft in foetushouding door zijn privévertrek, de kabel van zijn headset zwiert om hem heen. Zijn tablet zit met een soort selfiestick aan zijn borst bevestigd, zodat die niet wegzweeft en hij z’n handen vrij heeft. Achter zijn psycholoog, die 400 kilometer onder hem in zijn werkkamer zit, ziet hij een tuin vol in zomerbloei. De aanblik ervan doet hem de strot dichtknijpen, overweldigd als hij is door heimwee. Dat iets simpels als een paar varens, wat hortensia’s en lap gras hem zo diep zou raken, had hij nooit kunnen bevroeden. Net als dat hij er ooit van droomde diep in het vacuüm van de ruimte te zijn, het absolute niets. Een omgeving die hem diepe angst aanjaagt – en hij is er slechts door een dunne wand van gescheiden.

Het maakt de geforceerde huiselijkheid van zijn privévertrek des te absurder. Een plek om te ontspannen, na een dag hard werken in de kil verlichte werkruimtes en gangen van het ruimtestation, waar elke vierkante centimeter muur bedekt is met een wirwar van kabels, schermen en schakelaars. Er zijn schemerlampen, foto’s van dierbaren en er zijn zelfs wat spullen van thuis, zoals het antieke zakhorloge voor zijn viertiende verjaardag van opa Valentin kreeg. Sergei kent elk deukje, krasje en oneffenheid in het zachte metaal. Maar hoe vaak hij ook over het geaderde netwerk van bergen en rivieren wrijft, de bedwelmende werking ontbreekt hier.

‘Heb je je gevoelens al eens op papier gezet?’, vraagt zijn psycholoog nu. Sergei zucht. Hij wil geen dagboek bijhouden, hij wil een verdomde remedie. Hij wist zijn onrust lang binnen te houden, maar nu begint het zich een weg naar buiten te klauwen. Voor psychische noodgevallen is er lithium aan boord, veilig opgeborgen in kits in de medische ruimte. Maar het protocol schrijft voor dat de gehele bemanning van inname op de hoogte moet zijn, een ontboezeming waar hij nog niet klaar voor is. Het voelt ook zo triest en amateuristisch. Een depressieve astronaut, met heimwee bovendien, boo-fucking-hoo. Bovendien wordt hij al met extra interesse gevolgd door de alomtegenwoordige camera’s. Hij voelt de ogen van het kleine leger psychologen op aarde continu in zijn rug priemen. Wanneer zouden ze hem officieel als een ‘niveau 6-bedreiging’ zijn gaan classificeren? Waarschijnlijk weken geleden al.

Terwijl zijn psycholoog een monoloog houdt over de zalvende werking van mindfulness, breekt het signaal steeds meer op, tot Sergei alleen nog flarden van zinnen hoort. Een ruimtestorm beïnvloedt al weken het elektromagnetische veld van de aarde. Na een tijdje naar het ‘even geduld’-icoon gestaard te hebben, geeft hij het op. Hij bergt z’n oortjes op en glijdt zijn slaapzak in, die hij aan een stalen ring aan de muur vastklikt. Terwijl hij met de elastiekjes van zijn oogmasker klooit, besluit hij dat dit voorlopig hun laatste belafspraak was. Met gesloten ogen denkt hij aan de ronde ramen van de hoofdwerkruimte. Hierdoor zag hij, op dag twee van hun missie, voor het eerst de aarde vanaf grote afstand, als een felverlichte, kraakblauwe pingpongbal. Hij hoopte op een diepe, emotionele verschuiving in zijn binnenste. Op een sterk gevoel van verbondenheid met de aarde en de mensheid, door een planeet te zien zonder landsgrenzen, conflicten en naakte kinderen die op smeulende afvalhopen aan batterijen pulken. Maar hij voelde niets. Ja, de knagende angst die altijd in hem aanwezig is, als het monotone gesuis van een klimaatsysteem in een kantoorgebouw, dat je pas opmerkt wanneer het stilvalt.

Na twee uur woelen, staakt hij zijn poging om tijdelijk verlost te worden door het honingzoete bewustzijnsverlies dat slaap is. Hij trapt zijn slaapzak uit, trekt zijn donkerblauwe overall aan en begint aan een lange zwerftocht door de gangen van het uitgestorven ruimtestation. Zijn lichaam zweeft perfect gecentreerd en op een vast tempo, alsof hij een geest is. Op kruispunten aangekomen – waar hij vaak niet alleen naar links of rechts kan, maar ook naar boven of beneden – beslist hij ter plekke in welke richting hij zweeft.

Uiteindelijk komt hij in de hoofdwerkruimte uit. Hij was niet van plan hierheen te komen, meer dan dat verscheen hij er een soort van ineens. Tijdens belangrijke missiemomenten is het hier druk bemand, met collega’s die druk overleg plegen, geconcentreerd naar grafieken turen en commando’s op de systemen afvuren. Nu is er niemand, het enige gezelschap komt van de bliepjes en ratels van de moederbordsystemen. Hij laat zijn hand over de stoffen rug van een van de stoelen glijden, terwijl hij denkt aan zijn collega’s, tevreden slapend in hun vertrekken. Langzaam maar zeker zweeft hij op het door hem vervloekte ronde raam af. Hij voelt zijn hart steeds harder bonzen, zijn mond is droog. Bij het raam aangekomen houdt hij zijn ogen strak gericht op de aluminium rand die om het raam heen zit. Als zijn hoofd dicht bij het glas is, doet Sergei zijn ogen dicht. Hij voelt de kou van het raam op zijn huid prikken. Hij gaat het nog één keer proberen.

©2022 by Komunikat. Proudly created with Wix.com

bottom of page